Onze zusters blazen 50 kaarsjes uit!

De levensloop van de Vlaamse Maria Mazzarello’s door communicatiemedewerker Jurgen Renders.

Alles begint heel klein bij de zusters van Don Bosco, maar het groeit uit tot een grote boom waarin een rijke variëteit van vogels nestelt. Hun werken zijn wereldwijd verspreid en sinds 1903 ook in Vlaanderen. In al die tijd is het aantal kinderen en jongeren die hun toevlucht vonden bij de zusters van Don Bosco, nauwelijks te schatten. Met Gods genade en door de inzet van religieuzen en leken, is dit alles de rijk-vertakte boom van de zusters van Don Bosco in Vlaanderen.

DE EERSTE ZUSTERS VAN DON BOSCO IN BELGIË

In 1891 krijgt die boom, met de komst van de salesianen en de zusters te Luik, een Belgische tak. Mgr. Doutreloux, bisschop van Luik, vraagt aan Don Bosco om salesianen en zusters naar België te sturen om zorg te dragen voor de verlaten arbeiderskinderen. In 1903 vestigen de eerste zusters zich in Lippelo. Het zijn de eerste zusters van Don Bosco in Vlaanderen, behorend tot de Franse provincie. In de loop der tijd zullen de Vlaamse zusters deel uitmaken van de Engelse en Belgische provincie, om dan in 1969 tot hun eigen zelfstandige Vlaamse provincie te behoren.

DE BELGISCHE PROVINCIE SPLITST IN DRIE: VLAANDEREN, WALLONIË EN CONGO

In de jaren 1960 democratiseren vele gevestigde gezagsstructuren. Ook in de Kerk komt er een mentaliteitswijziging op gang als vrucht van het tweede Vaticaans Concilie. Mede door de moeilijkheden tussen Vlaanderen en Wallonië, splitst de Belgische provincie op 24 augustus 1969 zich officieel in drie afzonderlijke provincies: Vlaanderen, Wallonië en Congo. Het zijn drie afzonderlijke takken op dezelfde stam met elk een eigen culturele geaardheid. De provincie van het Heilig Hart, als oorspronkelijke benaming, krijgt de naam Belgio Nord (BEG), een provincie ter grootte van Vlaanderen en Nederland. Zuster Agnes Deraeve is de eerste provinciale overste. Deze nieuwe structuur met een nieuw beleid, brengt een nieuwe beweging op gang in de veranderende wereld. Gedreven door eenzelfde spiritualiteit en goede onderlinge relaties, voelen de zusters zich verbonden en treden ze de nieuwe situatie hoopvol tegemoet.

VLAAMSE ZUSTERS RICHTEN HUN PIJLEN OP VORMING

Goethe sprak erover dat je een mooiere toekomst moet bouwen door elementen uit het verleden te verbeteren, ze aan te passen aan nieuwe tijdperken, smaken... Zo ook in de congregatie. Vorming is bij de zusters een prioriteit. Participatie en medeverantwoordelijkheid komen ruimschoots aan bod en het contact met de werkelijkheid en het leven is noodzakelijk. Heel wat zusters behalen een diploma van leerkracht, opvoedster of verpleegster. Op die manier kunnen ze zichzelf ontplooien en, heel concreet, hun opdracht in de werken professioneel uitvoeren. De basisvorming vindt opnieuw plaats in eigen land. In 1972 richten ze een vormingshuis op te Heverlee. Aspiranten, postulanten en novicen leven in één huis samen, elk met hun eigenheid en specifieke vormingsbehoeften.

MISSIONEREN IN HET THUISLAND

Vanaf het ontstaan van de congregatie, overschrijden zusters en leken hun landsgrenzen om Gods Woord te verkondigen. De manier waarop dat gebeurt, verandert door de jaren. Vandaag is het geen geografisch concept meer, maar een houding: niet meer een bepaalde ideologie of verheven ethiek verspreiden, maar het evangelie doorgeven zodat Jezus zelf in actie kan komen. Bij een missie probeer je antwoorden te bedenken op actuele problemen die iedereen uitdagen. Daarom zoeken we missies niet meer in verre oorden, maar dicht bij huis: onder andere de migranten en jongeren in ons land vertellen over de Blijde Boodschap. Missionaris zijn is geen beroep, het is een zending. Missioneren is wegtrekken uit je comfortzone en Jezus brengen naar wie er het meeste behoefte aan heeft. Durven gelovigen in Vlaanderen nog over hun geloof te getuigen? We zijn allemaal missionaris, maar we beseffen het niet altijd.

VAN HUISVROUW NAAR EEN EIGEN ZENDING

Zoals Mamma Margherita, de moeder van Don Bosco, in de keuken werkte, zo werkten de eerste generatie zusters in de huizen van de salesianen. Vlaanderen is geen uitzondering op deze regel. In 1979 vertrekken de laatste zusters van Don Bosco uit de salesiaanse huizen, op weg naar een eigen pastorale zending. Professionele vorming en onderwijs krijgen prioriteit. Daarnaast blijft de aandacht voor parochiewerk, weeshuizen, scholen, speelpleinwerking en internaten. Door deze omschakeling voelen de zusters zich als vrouwen erkend in hun eigen taken en in hun eigen huizen. De eigenheid als vrouw is belangrijk, maar ook de eigenheid van de vrouwen die ze op hun weg tegenkomen. Zusters van Don Bosco kiezen vooral voor kinderen en jongeren, maar ze trekken ook de kaart van de vrouw: ze richten hun apostolaat in een aantal gevallen specifiek op meisjes en komen in concrete gevallen op voor meisjes en vrouwen.

VERBONDEN MET DE WERELD VAN VANDAAG

Het is een geschenk om samen te leven met mensen die heel verschillend zijn. Maar het is geen gemakkelijke weg, niet in het minst om tot een dialoog te komen waarin iedereen zich begrepen voelt. Dit vraagt bewustwording en respect van elkaars anders-zijn en groei in wederzijdse waardering. Zoals in het laatste kapittel onderstreept werd, zijn de zusters geroepen om van de wereld een steeds meer leefbare plek te maken.


Bij de zendingsopdrachten van de gemeenschappen springen deze werken in het oog:

  • De internaten, waarin de zusters samenleven met kinderen en jongeren.
  • Huis Mensa in Brugge, dat een voorlopige thuis biedt aan thuisloze vrouwen en kinderen.
  • Het Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) in Kortrijk, dat openstaat voor gezinnen met jonge kinderen.
  • De Videswerking die jongeren meeneemt op vrijwilligerswerk naar het buitenland.
  • Huize Hoop is een open huis in Heverlee waar een diep respect voor het anders-zijn van de ander aan de basis ligt van de gemeenschap. Er is toekomst voor kinderen, jongeren, gezinnen én voor de zusters van Don Bosco.
  • De vrijetijdswerking zoals speelpleinwerking, waar kinderen en jongeren zorgeloos kunnen spelen en de monitoren leren omgaan met verantwoordelijkheid.
  • Daarnaast zijn er gemeenschapsoverschrijdende zendingsopdrachten die pastorale mogelijkheden verruimen en de verbondenheid met de gehele Salesiaanse Familie versterken.

Bron: Don Bosco Vlaanderen 2019/3

Jurgen Renders • Zusters van Don Bosco, • geplaatst op 10 juni 2019